Anton Pijpers
Hoofd en decaan aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht.

Ziektes in de stal

“Ideaal gezien zijn veebedrijven gesloten ondernemingen”, zegt hoogleraar Anton Pijpers, als hoofd en decaan verbonden aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Pijpers kent vanuit zijn carrière zowel de praktijk als de theorie. “De grootste bedreiging op het binnendringen van ziektes in de stal is door dieren en mensen die van andere stallen komen en ziektekiemen meebrengen. Wat dat betreft zijn we de afgelopen tien jaar door schade en schande wijs geworden.”

Preventieve vaccinaties en noodvaccinaties

Eind jaren negentig kwam de varkenspest gevolgd door mond- en klauwzeer, de vogelgriep, en Q-koorts, wat wel een ander probleem gaf. Het heeft gezorgd voor heel veel aandacht voor preventie en hygiëne in de Nederlandse stallen en op veilig diertransport. “Er is veel analyse en onderzoek gedaan om ervoor te zorgen dat schadelijke ziektekiemen de bedrijven niet binnenkomen”, vertelt Pijpers. “We hebben veel geleerd van het verleden. Dierenartsen en boeren zijn nu beter getraind.” De hygiëne staat in de Nederlandse stallen op een hoog niveau volgens Pijpers. En vaccinaties zorgen ervoor dat de meeste dieren gezond blijven. Sinds de jaren negentig was het Europese beleid erop gericht om dieren voor zeer besmettelijke aangifteplichtige ziekten niet te vaccineren, maar daar is onder aanvoering van Nederland verandering in gekomen. Om het ruimen van dieren zoveel mogelijk te vermijden, worden preventieve vaccinaties en noodvaccinaties mogelijk gemaakt. In een brief dit jaar van staatssecretaris Bleeker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie staat dat ’Maatschappelijk verantwoordelijke dierziektebestrijding en de inzet van vaccinatie een van de speerpunten van Nederland is bij de totstandkoming van het nieuwe Europese Diergezondheidsbeleid dat in 2013 gereed moet zijn.’

Optimale leefsituatie voor dieren

Niet alle EU-landen zijn voorstander van vaccineren. “Er is enige spanning binnen de EU over het wel of niet vaccineren. Enkele landen denken daar weer anders over”, weet Pijpers. “Wij zijn in Nederland grote voorstanders, maar als andere landen dat niet accepteren, gaat het allemaal niet zo snel. Wel of niet vaccineren wordt besloten aan de hand van risicoanalyses en economische motieven. Vaccins zijn juist heel belangrijk voor een gezonde veestapel en voorkomt het ruimen van zoveel gezond vee.” Nederland is een van de voortrekkers in deze discussie, omdat veel bedrijven op een relatief kleine ruimte bij elkaar zitten en de kans op besmettingen, die we willen voorkomen, daarmee groter is dan in andere landen. Naast de juiste vaccinaties moet de veehouder aan een aantal andere voorwaarden voldoen voor een optimale leefsituatie voor de dieren volgens Pijpers. “Het klimaat van de stal moet goed zijn. Warmteregeling en goede ventilatie is daarin belangrijk. De boer heeft de verantwoordelijkheid voor een gezonde bezettingsgraad in de stal en een geschikte leefomgeving voor de dieren. Ook het juiste voer draagt bij aan de gezondheid en het welzijn.”

Veebedrijf moet gesloten zijn voor buitenwereld

Belangrijk blijft zorgvuldigheid met het binnenhalen van nieuwe dieren en het toepassen van hygiëne- en preventieregels. Pijpers: “Een veebedrijf moet idealiter zoveel mogelijk gesloten zijn voor de buitenwereld. Als er nieuwe dieren bijkomen moet je je afvragen waar ze vandaan komen. Het gaat om kleine dingen zoals het schoeisel waar je mensen mee ontvangt. Basale zaken als handen wassen als je de stal ingaat en het hebben van schoeisel en overalls om gasten mee te ontvangen. Je wilt absoluut geen vreemde ziektekiemen introduceren op de boerderij.”

Meer burgers betrekken bij de boerderij

Als boeren zorgvuldig blijven, zit het wel goed met een gezonde leefsituatie voor de dieren. En daar mogen de Nederlandse burgers ook van genieten. Zolang dat maar hygiënisch gebeurt. “We moeten zeker meer burgers betrekken bij de boerderij, we moeten laten zien wat daar gebeurt”, vindt Pijpers. “We zouden meer open dagen moeten organiseren waar de Nederlands burger de kans krijgt om te zien hoe het allemaal werkt op de boerderij. Uiteraard moet je wel hygiëne en preventie betrachten om de introductie van nieuwe kiemen te voorkomen. Er zijn al varkensstallen waar je kunt kijken achter glas”.