Land- en tuinbouwsector heeft geleerd van crisis

Tien jaar geleden is met name de veehouderij zwaar getroffen door de varkenspestepidemie. Dat had uitstraling naar alle sectoren in de land- en tuinbouw. Volgens Hans Huijbers, voorzitter van de Zuidelijke Landen Tuinbouworganisatie (ZLTO) - vereniging voor ondernemers in de groene ruimte – heeft de sector geleerd van deze periode. “Door deze crisis is een aantal processen in het buitengebied versneld op gang gekomen. Daar hebben we nu profijt van.

Integrale verduurzaming platteland

Integrale verduurzaming van het platteland was en is een belangrijke pijler van het overheidsbeleid. De regelgeving is anders geworden. Maar het belangrijkste is dat steeds meer bedrijven beter kijken naar wat zij zelf verantwoord vinden als het gaat om hun productie. Boeren zijn meer gefocust op het toevoegen van een waardedimensie in plaats van minder hinder veroorzaken en binnen de regels blijven.” De verduurzaming van land- en tuinbouw gaat hand in hand met de verstedelijking van het platteland. “Dat gaan we op verschillende manieren merken. De bemoeienis van de stedelijke bevolking in de goede zin van het woord neemt toe, de sector gaat krimpen, maar zal aan meer verschillende verwachtingen moeten voldoen”, aldus Huijbers.

Minder bedrijven, groter productievolume

Huijbers voorspelt dat de agrarische sector in het aantal bedrijven en ondernemers gaat halveren, maar niet in het productievolume. De vierkante meters bebouwing per individuele boer nemen volgens hem toe, maar meestal niet op één locatie. “Minder handen moeten dan nog meer werk verrichten dan nu al het geval is.” De vraag naar voedsel blijft de komende jaren toenemen, door de groei van de wereldbevolking. De agrarische sector zal daardoor haar productievolume in stand moeten houden met minder mensen en zelfs de productie moeten opvoeren. “Dankzij nieuwe technologie kunnen wij aan de maatschappelijke eisen voldoen, maar dat is nog niet voor iedere ondernemer betaalbaar. We zullen onze uiterste best moeten doen.”

Trots op boer en tuinder

“Per saldo heeft de sector er nog nooit zo slecht voor gestaan als nu. De inkomens in onze sector blijven achter vergeleken met andere sectoren van de economie. We moeten kijken naar hoe we, niet alleen op het gebied van voedsel en productie, maar ook op het gebied van de plattelandsbeleving, energieproductie en zorg waarden kunnen toevoegen.” De boer heeft nu het idee dat hij niet gewaardeerd wordt. “Onze vraag is hoe we opnieuw betekenisvol kunnen zijn voor de stedelijke omgeving, daar moet meer aandacht voor komen. De toekomst van het platteland is niet alleen gebaseerd op de agrarische sector, maar ook op bijvoorbeeld wonen, zorg, energie en recreatie.” Huijbers eindigt desondanks positief. Hij gaat ervan uit dat de consument in de winkel haar verantwoordelijkheid neemt op het gebied van fairtrade en fairshare en dat de verstedelijking voordelen heeft. “Ik voorzie een rooskleurige toekomst. In 2030 is Nederland weer trots op de boer en tuinder. Ons land heeft de beste boeren van de wereld en die toppositie houden we vast.”