De boeren in Nederland houden zich voornamelijk bezig met het verbouwen van specialistische gewassen. Ondanks de kleine schaal behaalt Nederland de grootste productie per hectare en is mondiaal tweede op het gebied van agrarische export. Door de goede kwaliteit grondstoffen en ligging is het ook voor buitenlandse boerenbedrijven interessant om in Nederland te opereren. De focus van de overheid heeft zich sterk gevestigd op duurzaamheid. Er moesten daarom op het platteland maatregelen genomen worden ter reductie van CO2 uitstoot. Tegenwoordig speelt de Nederlandse akkerbouw op het gebied van duurzaamheid een vooraanstaande rol.

Beperking van chemische middelen

‘’Boeren zijn altijd al duurzaam bezig geweest’’,aldus akkerbouwer en voorzitter van de vakgroep akkerbouw bij LTO Jaap Haanstra. '’Elke boer is bezig met zijn visie op de toekomst en wil zijn land zó bewerken dat het van generatie op generatie over gedragen kan worden, daar is duurzaamheid voor nodig.’’ Door middel van functionele agrobiodiversiteit (FAB) probeert de boer het gebruik van chemische middelen te beperken. FAB wil zeggen dat er gebloemde akkerranden geplaatst worden zodat hier ‘goede’ insecten gekweekt worden die plagen kunnen voorkomen. Een boer die zich hier mee bezig houdt is Cees Schelling; ‘’Al sinds 1998 is mede door FAB het gebruik van chemische middelen met 95% teruggedrongen, iets waar we best trots op mogen zijn. Toch blijft het een voortdurende zoektocht naar optimaliseren’’.

Precisielandbouw

De laatste jaren zijn er veel innovaties geweest binnen de akkerbouw. De meeste zijn een gevolg van de intrede van ‘precisielandbouw’, tegenwoordig ‘hot item’ in de akkerbouw. Precisielandbouw houdt in dat het land zeer nauwkeurig wordt bewerkt en de behoefte van het gewas per vierkante meter kan worden bepaald. Dit gebeurd met behulp van nieuwe technologische snu.es waaronder GPS. Het gevolg hiervan is een hoger rendement en minder CO2 uitstoot. De aardappel wordt zo gezegd op zijn wenken bediend. Volgens akkerbouwer Detmer Wage uit Wedde kost de inburgering van het project veel maar levert het ook wat op. ‘’Het zaaien en schoelen hoeft niet meer met de hand, je hoeft dus niet constant van je wagen te springen. Dit bespaart een hoop tijd. Bovendien werken de apparaten dag en nacht door.’’ Toch zijn nog niet alle boeren overtuigd van de voordelen van het gebruik van de nieuwe apparatuur. In de praktijk blijkt het lastig om alles te begrijpen, aan elkaar te koppelen en optimaal te laten functioneren. De verwachting is dat toekomstige generaties boeren hier minder moeite mee hebben. Die groeien immers op met mobiele telefoons waar bijvoorbeeld al GPS op zit.

Nederland op voorsprong

Precisielandbouw staat nog in de kinderschoenen en daarom is het te vroeg om te stellen dat het gewas er kwalitatief beter van wordt. “Het blijkt voornamelijk een kwestie van experimenteren en alert zijn. Wage merkt dat er van alle kanten geknepen wordt als het gaat om de reductie van kunstmestgebruik. ‘’Mijn doel op korte termijn is de optimalisatie van dierlijk mestgebruik. Er wordt met samengeknepen ogen gekeken naar Nederland als het gaat om meststoffen. Dat is niet helemaal eerlijk omdat onze opbrengst per hectare veel hoger is in vergelijking met het buitenland. In het buitenland wordt precisielandbouw ook toegepast maar op veel grotere schaal. Dat we in Nederland al zo ver zijn dat er op de vierkante centimeter nauwkeurig gewerkt kan worden getuigt van het feit dat we qua kennis en kunde een aardige voorsprong hebben.’’