Stichting Keten Duurzaam Varkensvlees (KDV) is een samenwerkingsverband tussen Nederlandse varkensboeren, slachterijen, grossiers, slagers, vleeswarenproducenten, retailbedrijven en cateraars. De stichting streeft naar een keten met gezonde dieren, een energieneutrale varkenshouderij, een beter leven voor de varkens en vlees met de beste smaak. “Wij willen duurzaam varkensvlees bereikbaar maken voor iedereen door middel van duurzame alternatieven realiseerbaar en aantrekkelijk te maken voor de boer. Door retailers nieuwe kansen te bieden en duurzaam vlees voor meer consumenten bereikbaar te maken en betaalbaar te houden”, begint Jaap de Wit Jr., voorzitter van KDV en inkoper bij Westfort, een van de initiatiefnemers van de stichting. “Niet door de ondernemers vinkjes te laten zetten achter de eisen van een keurmerk die in een later stadium worden gecontroleerd, maar door te onderzoeken welke veranderingen er in de keten van varkensvlees nodig zijn om tot een duurzamer product te komen.”

Energiecentraal in 2016

Eind 2016 moet de keten volledig energieneutraal zijn, is de ambitie. De Wit: “Dat is een grote belofte, maar je moet ergens een stip op de horizon zetten waar je naartoe kunt werken. We moeten nog veel ondernemen op dit gebied en niet alles lukt, maar het streven is er zeker.” Om energieneutraal te worden, zet KDV in op energie besparen en energie opwekken. “Omdat daar nou eenmaal de grootste slagen te maken zijn”, vervolgt De Wit. “We hebben nu bijvoorbeeld slimme ventilatoren die een besparing van tachtig procent opleveren. Daarnaast verwachten we veel van zonnepanelen. Vooral nu er een landelijke subsidie komt waarmee asbestdaken vervangen kunnen worden door daken met zonnepanelen. En we kijken natuurlijk wel ketenbreed: de een zal meer opwekken en de ander meer besparen. We nemen het gemiddelde over de hele keten.”

Vrijwel geen antibiotica

Een ander belangrijk streven is het gebruik van antibiotica tot een absoluut minimum te beperken. Dit traject is in 2010 ingezet. De centrale vraag daarbij is: hoe kun je de gezondheid van dieren verbeteren zodat je geen antibiotica meer hoeft te gebruiken? De Wit: “Qua antibiotica zijn we goed op weg en gebruiken we alleen antibiotica voor individuele zieke dieren. We hebben ten eerste ingevoerd dat biggen vier weken bij hun moeder móeten blijven. Dat is al de norm, maar het hoeft niet te worden gehanteerd als daar de mogelijkheden niet voor zijn. Dat niet kunnen, bestaat niet bij ons. Op het gebied van drinkwater hebben we veel verbeterd. Daar is tot nu toe te weinig aandacht voor geweest in de varkensstal. Terwijl is gebleken dat het voor een grote gezondheidsverbetering zorgt als het drinkwater goed geregeld is.” Een andere belangrijke ontwikkeling die niet alleen bijdraagt aan gezondere dieren maar ook meer ruimte laat voor natuurlijk gedrag, is de zeugen een nestje laten bouwen voordat ze gaan werpen. De boeren voorzien alle kraamhokken van de zeugen met jute doeken waarmee ze kunnen nestelen. Daardoor werpen ze sneller en dat levert sterkere en vitalere biggen.

Betrokkenheid bij elkaar

De manier waarop we oplossingen implementeren, is onderscheidend van andere ketens, meent De Wit. “Wij vergaren kennis, doen onderzoek en proberen die kennis bij boeren te krijgen, door er langs te gaan, maar ook door de boerderijcoach in te zetten. We hebben een proefstal waar we innovaties testen. Op het gebied van mestverwerking kunnen we bijvoorbeeld nog grote slagen maken. In de proefstal staat nu een opstelling waarbij mest snel wordt afgevoerd en verwerkt. Dat maakt van een reststroom als mest juist een opbrengst,  en vermindert de CO2-uitstoot. Daarnaast brengen we de verschillende ketenpartners met elkaar in contact. Zo hebben we een workshop georganiseerd voor boeren waarbij ze een varken moeten uitsnijden. Steeds meer boeren hebben te weinig kennis van hoe een varken er aan de binnenkant uitziet. Maar we gaan ook met slagers naar de boerenbedrijven om ze te laten zien waar hun product nu eigenlijk vandaan komt. Zo creëren we betrokkenheid van alle partijen in de hele keten en die is nodig om tot een beter product te komen.”