De landbouwsector is een economisch zeer belangrijke sector: Nederland exporteert jaarlijks voor ongeveer tachtig miljard euro (2013) aan landbouwproducten en staat daarmee na de VS wereldwijd op nummer twee als exporteur. “De bollenteelt kent een omzet van zeshonderd miljoen, de teelt van pootgoedaardappelen van tweehonderd miljoen”, weet Velstra. “Voldoende schoon water is daarvoor erg belangrijk. Vooral bij de bollenteelt gaan meteen de sproeiers aan in droge periodes. Als de groei achterblijft, scheelt dat duizenden euro’s aan omzet.”

Signaal

Waar komt dat water vandaan? Er wordt vooral oppervlaktewater gebruikt, dat uit de Alpen via de Rijn in het IJsselmeer terechtkomt en van daaruit wordt gebruikt. Maar er is niet altijd voldoende water beschikbaar. Zo dreigde in 2003 een watertekort, doordat het IJsselmeer onvoldoende werd aangevuld. Tegelijk was de vraag naar water vanuit de waterschappen erg hoog. “Het is toen net goed gegaan”, vertelt Velstra. “Maar het was wel een signaal dat voldoende water niet vanzelfsprekend is.”De vraag naar water stijgt. Dat heeft ook te maken met het zouter worden (verzilten) van het grondwater. Nu wordt dat nog tegengegaan door water uit het IJsselmeer door sloten heen te spoelen waardoor het zoute water wordt verdund. Een simpele oplossing, maar wel een met beperkingen. “Want er wordt maar een klein deel van het water gebruikt voor het besproeien van gewassen. Zo lang er voldoende water beschikbaar is, is dit een prima methode. Maar het vergt heel veel water. En doordat de verzilting toeneemt, is steeds meer water nodig om het water zoet te houden. Daarnaast is er de klimaatverandering, waardoor gletsjers verdwijnen en de Rijn meer afhankelijk wordt van neerslag in Duitsland. Maar je weet nooit wanneer het regent. Dat maakt de aanvoer van water onzeker.”

Slimmer en zuiniger

Er is dus behoefte aan structurele oplossingen, op nationaal, regionaal en lokaal niveau. De overheid heeft dat inmiddels opgepakt met een landelijk zoetwaterprogramma. Een deel wordt opgelost door het vergroten van de waterbuffer in het IJsselmeer. Een belangrijk deel van de verantwoordlijkheid wordt gelegd bij waterschappen, provincies en de telers zelf, die wordt gevraagd om slimmer en zuiniger met water om te gaan. Een aantal ideeën is uitgewerkt in het project Spaarwater, dat als doel heeft  om agrariërs minder afhankelijk te laten zijn van de wateraanvoer uit het IJsselmeer en de Rijn. Het idee is om regenwater op te vangen, vast te houden en pas te gebruiken als het nodig is. Er zijn inmiddels een aantal proeflocaties, zoals op Texel waar regenwater wordt opgevangen in reservoirs. “Dat werkt goed, maar het kost wel landbouwgrond”, verklaart Velstra. “Daarom ontwikkelen we binnen Spaarwater systemen om regenwater op te vangen en ondergronds te bewaren. Dat kan in een zandlaag op tien tot vijftig meter diepte. Dit wordt nu op twee locaties getest.”Ook wordt gekeken naar de manier van bewatering van gewassen. Met de traditionele sproeiers gaat veel water verloren doordat het niet terechtkomt waar het hoort. Het is efficiënter om het water te geven met bijvoorbeeld druppelslangen in de grond. “Dat werkt uitermate effectief”, zegt Velstra. “Het geeft ook minder risico op ziektes doordat de bladeren niet nat worden. Ook dit zijn we nu aan het onderzoeken. De grote sproeiers zie je in de toekomst waarschijnlijk niet meer.”

Baten reiken ver

Deze initiatieven dragen bij structurele oplossingen voor het watervraagstuk. De telers zelf spelen hierin een belangrijke rol. Bij investeringen zullen zij de kosten afwegen tegen de baten. Velstra: “Daarom willen we de systemen betaalbaar maken. Maar de baten moeten we veel breder zien. Efficiënter gebruik van water en meststoffen, verlagen van risico’s op ziektekiemen en schoner water in de sloot. Het is dus een combinatie van het vergroten en versterken van de natuur en landschapswaarden aan de ene kant. En van het klimaatbestendig maken en versterken van de economisch belangrijke landbouwsector.”