Nederland kent een in 2002 bepaald fosfaatplafond voor de maximaal te produceren hoeveelheid dierlijke mest per jaar. In aanloop naar de afschaffing van het melkquotum is er de afgelopen jaren in de melkveehouderij een flinke opschaling van dieren geweest, waardoor het plafond in 2015 is overschreden. De instelling van fosfaatrechten moet eraan bijdragen dat Nederland in 2018 weer onder het plafond zit.

"Een heldere opzet, maar het wringt in de uitvoer op verschillende plekken."

De werking in het kort: wanneer een veehouder meer dieren houdt dan op basis van zijn fosfaatrechten is toegestaan, dan is hij verplicht om extra fosfaatrechten aan te kopen. Die rechten kan hij bijvoorbeeld overnemen van een boer die stopt met zijn bedrijf, een bedrijf dat juist afschaalt of van een boer die efficiënter weet te produceren. Een heldere opzet, maar het wringt in de uitvoer op verschillende plekken, meent Herrold Lammertink, directeur van DLV Advies. Er heerst volgens hem in ons land grote verwarring over het fosfaatplafond en de relatie met de daadwerkelijke fosfaatbemesting.

Veehouders in Nederland moeten het deel van hun eigen mestproductie dat ze binnen de mestwetgeving niet kunnen plaatsen op hun grond, afvoeren en deels laten verwerken en exporteren. Desondanks wordt er jaarlijks nog steeds een grote hoeveelheid kunstmestfosfaat geïmporteerd. Een zogenaamd overschot aan dierlijk fosfaat moet worden geëxporteerd en tegelijkertijd wordt er kunstmestfosfaat geïmporteerd. “Het fosfaatplafond is dus niks anders dan een koud instrument om het aantal dieren te reduceren en zorgt er niet voor dat het milieu verbetert. Daarmee is het alleen een extra belemmering voor ondernemers”, aldus Lammertink.

Tekorten

Deze belemmering heeft grote financiële gevolgen. Er wordt al jaren met krappe marges gewerkt. De beperkte budgetten die dit oplevert, worden vooral gebruikt om te investeren in innovatie en verduurzaming om de kostprijs onder de dalende marktprijs te houden. Dit is an sich al een flinke uitdaging en het fosfaatplafond zal het vrijwel onmogelijk maken, stelt Niek Groot Wassink, adviseur financieel management bij DLV Advies.

Er blijft simpelweg geen marge meer over om te investeren. “De regeling is per definitie een kostprijs verhoger. Veel bedrijven zullen de kosten niet op kunnen brengen.” Het gevolg is volgens hem dat de markt zal consolideren. Het aantal boeren zal verder krimpen. Groot Wassink: “Je ziet de tekorten nu al ontstaan. In de komende tien jaar zal naar verwachting het aantal melkveehouders van zeventienduizend afnemen naar twaalfduizend.” Nu is marktwerking op zich geen probleem, vervolgt hij.

Maar het onwenselijke neveneffect is dat er veel geld uit de melkveehouderijsector zal verdwijnen door het contant maken van fosfaatrechten. “De schatting is dat er 1,7 miljard euro aan fosfaatrechten overgedragen zullen worden. Het grootste gedeelte daarvan wordt met de wijkende boeren meegenomen naar het bejaardentehuis en komt niet ten goede aan de sector.”

Achterstand

Niet alleen individuele boeren, maar ook de sector als geheel zal nadeel ondervinden van de fosfaatrechten, menen de twee experts. “We zijn juist een land waar de kostprijs al wordt verhoogd ten opzichte van de Europese collega’s door de dure grond en hoge arbeidskosten”, vat Groot Wassink samen. “Maar juist doordat de sector heel goed presteert is ze in staat om ook een iets betere prijs te krijgen dan de Europese collega’s.

"Wij zijn het enige land met een quotumregeling, waardoor het buitenland ons straks inhaalt.”

De Nederlandse sector staat wereldwijd bekend om zijn innovatie en de hoge kwaliteit van de geproduceerde zuivel. Deze extra financiële belasting zet ons op achterstand in Europa. Wij zijn het enige land met een quotumregeling, waardoor het buitenland ons straks inhaalt.” Lammertink: “De zuivelmarkt wereldwijd neemt alleen maar toe. Nederlandse veehouders kunnen hier nu minder van profiteren, ondanks het feit dat er juist in Azië een enorm vertrouwen is in de door Nederlandse boeren geproduceerde zuivelproducten.”

Dierlijke mestproducten

Hoewel het een kritische situatie is, wordt er al wel gewerkt aan oplossingen. Positief is volgens Lammertink dat het grootste gedeelte van de budgetten momenteel al wordt besteed aan het bewerken van mest. Maar de potentie is groter, want er wordt nog steeds kunstmest geïmporteerd en bewerkte mest geëxporteerd uit Nederland. Meer dierlijke mest bewerken, biedt dan ook meer voordelen dan doorgaans wordt gezien, stelt Lammertink.

Ieder jaar vinden er ongeveer een miljoen mesttransporten plaats. Door meer bewerkte mest in eigen land te gebruiken, is er niet alleen minder import van kunstmest nodig, maar zal ook het aantal transportbewegingen duidelijk afnemen. “We hebben hier de grondstoffen in overschot die in Zuid Amerika als schaars worden gezien. Er is een disbalans op wereldniveau.” Ook wijst hij op een 'groen fosfaat' dat in ontwikkeling is en waar momenteel proeven mee lopen in de maïsteelt. Het gaat om een korrel die volledig gemaakt is van dierlijke mestproducten. “Technisch is de sector in staat om dierlijke meststoffen in te zetten als vervanger voor kunstmestsoorten”, zegt Lammertink. “De veldproeven die nu lopen, moeten het meer naar de praktijk brengen.”

Positieve draai geven

Het advies aan de politiek van de twee adviseurs is om ondernemers ruimte te geven zodat duurzamere oplossingen een kans krijgen. De Nederlandse situatie ligt anders dan in andere EU-landen. Er wordt volgens hen al veel mest bewerkt en geëxporteerd. Groot Wassink: “We hebben als land eigenlijk alles in huis om hier een positieve draai aan te geven, maar het terugbrengen van het aantal koeien legt alles een beetje dood. Ondernemers krijgen te weinig ruimte.” Lammertink: “Ondernemers houden hier onder duurste omstandigheden het hoofd boven water, maar een extra maatregel, die feitelijk alleen maar geld kost, is dodelijk voor innovatie. Laat oplossingen uit de sector zelf komen. Daar is de sector prima toe in staat. Dat vertrouwen heb ik.”