Aalt Dijkhuizen
Voorzitter Raad van Bestuur Wageningen UR

Aalt Dijkhuizen is voorzitter Raad van Bestuur van Wageningen UR (University & Research Centre), hij vertelt er meer over. “De ontwikkelingen op het gebied van het gebruik van reststromen gaan stap voor stap, maar als ik terugkijk op de afgelopen tien jaar is er veel bereikt”, stelt Dijkhuizen. “De eerste stap was de ontwikkeling van technologie om reststromen goed te verwerken en er waardevolle stoffen uit te halen. Vanzelfsprekend ging er veel onderzoek vooraf aan deze ‘bio raffinage’. Inmiddels werken de eerste toepassingen in de praktijk.” Als voorbeelden geeft Dijkhuizen suikercoöperatie Cosun, die een aparte fabriek gebouwd heeft om naast suiker andere waardevolle stoffen uit de bietenplant te halen en HarvestaGG die uit gras hoogwaardig eiwit gaat winnen voor o.a. veevoer, bioplastics, groen gas en bioturf.

Geen afval meer

De volgende stap is volgens Dijkhuizen dat er een breder palet aan mogelijkheden moet komen om méér stoffen uit het restmateriaal te halen en opnieuw te gebruiken. “In elke reststroom zitten ingrediënten die gebruikt of hergebruikt kunnen worden als voedselingrediënt voor mens en dier of voor bio-energie en chemie en als je geluk hebt, zelfs voor de farmacie. Het onderzoek daarnaar loopt altijd door, omdat er steeds weer nieuwe technologieën en inzichten komen. Uiteindelijk is het doel dat elke stof uit een reststroom opnieuw gebruikt wordt en we een gesloten kringloop hebben. Dan bestaat er geen afval meer, maar dat ideaal is voorlopig nog lang niet bereikt.”

Biomassa anders van samenstelling

Dijkhuizen stelt dat de meeste grondstoffen uit de chemische industrie ook op een of andere manier in de natuur voor komen. “Ook op dat gebied vindt volop onderzoek plaats. Hoe vinden we die stoffen en hoe kunnen we die benutten om de chemische producten te vervangen? En biomassa is nooit hetzelfde. In een nat jaar is die heel anders van samenstelling dan in een droog jaar. Dat zijn slechts enkele aspecten waar in de onderzoeken en de uitvoering rekening mee moet worden gehouden. Het is complex, maar we zijn op de goede weg.”

Uitstekende samenwerking

Nederland loopt volgens Dijkhuizen niet voorop met verwerking van reststromen. “We horen wel bij de koplopers wat betreft de ontwikkeling van technologie”, stelt hij. “Het voordeel dat Nederland heeft, is dat de voedingsindustrie en de chemische industrie alle twee sterke sectoren zijn. Er is een goede samenwerking met de kennisinstellingen. Daarin is Nederland uniek. De combinatie van kennis en technologie is een sterk product, ook voor de export.”

Vertrouwen in de toekomst

Dijkhuizen ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. “De ‘biobased sector’ is op alle vlakken goed op weg en resource efficiency krijgt steeds meer vorm en invulling. Maar we moeten wel door ontwikkelen, want de internationale competitie is sterk. Mijn zorgpunt is dan ook dat we over tien jaar niet interessant genoeg meer zijn. Ik hoor in Nederland teveel discussie over wat er allemaal niet meer mag, in plaats van wat er allemaal kan!”