Het bedrijf heeft drie bedrijfstakken: akkerbouw, groenteteelt (broccoli) en veehouderij. “We doen zo veel mogelijk aan duurzaamheid”, zegt Wiebe. “We hebben bijvoorbeeld een dak vol met zonnepanelen. We wilden ook windmolens, maar dat is tot nu toe niet gelukt. Dat is jammer, want dat is eveneens een mooie duurzame oplossing.”

Eén keer rijden

Ook het werk zelf wordt steeds duurzamer. Zo wordt het onkruid met een speciale rijenspuit bestreden, waardoor nog maar een kwart van het land hoeft te worden bespoten. “Dat gebeurt tegelijk met het bemesten van de broccoli, zodat we daarvoor maar één keer hoeven te rijden. Dat is efficiënter en het belast de bodem minder”, legt Wiebe uit. “Bovendien houden we de paden tussen de groenten met een schoffelmachine vrij van onkruid.”

De broers passen zo weinig mogelijk bewerking van het land toe. Zij hoeven dan minder met de tractor en machines te doen, wat veel brandstof bespaart. Machines worden bovendien zo licht mogelijk afgesteld, zodat zij minder brandstof verbruiken. Wiebe vertelt: “De trekkers hebben we zo aangepast dat zij met lager toerental dezelfde bewerking kunnen uitvoeren. Ook de bandenspanning hebben we zo efficiënt mogelijk afgesteld. Beter voor het milieu en het bespaart kosten.”

Lees meer: Veldleeuwerik verbeterd duurzame landbouw.
 

Om effectief met gewasbeschermingsmiddelen om te gaan, heeft het bedrijf een spuitmachine die is uitgevoerd met gps. Zo worden de secties van de machine automatisch bediend, met minimale overlap. Daarnaast worden vaak speciale apps met weerinformatie geraadpleegd voor het ideale moment om te bespuiten.

Ervaringen van anderen

De broers Goodijk zijn zelf creatief in het bedenken van duurzame oplossingen, maar uiteraard staan zij ook open voor ideeën van anderen. “Je leest veel, je hoort veel… Elke praktiserende boer is momenteel wel met duurzaamheid bezig”, weet Wiebe. “We zijn continu aan het kijken wat we kunnen doen om het milieu te sparen. Bovendien leer je van ervaringen van collega-agrariërs. Dat gebeurt onder andere in de studiegroepen van Stichting Veldleeuwerik waarbij wij ons hebben aangesloten.”

Binnen de stichting werken agrarische ondernemers aan verduurzaming van de voedselproductie. Dat doen zij samen met de keten van toeleveranciers, adviseurs en afnemers. Zes tot acht keer per jaar komen deelnemende bedrijven bij elkaar, vertelt Wiebe. “Dan bespreken we elkaars ervaringen en duurzaamheidsideeën. Ieder bedrijf stelt bovendien een actieplan op, waarmee je aangeeft wat je doelen zijn en hoe je die wilt bereiken. Het streven is om per jaar vier actiepunten uit te voeren. Dan kan op alle gebieden, bijvoorbeeld de bodem, gewassen, mechanisatie, automatisering of op technisch gebied. Het kan ook op sociaal vlak: zo nodigen wij al een aantal jaren basisschoolleerlingen van groep acht uit om het bedrijf te komen bekijken. Zij zien dan wat er gebeurt en dat is enorm leerzaam voor de kinderen.”

Met het actieplan geven de deelnemende bedrijven aan waar zij zich extra voor gaan inzetten. “Het feit dat je dat met elkaar doet, is een stimulans om de actiepunten daadwerkelijk te realiseren en het maximale er uit te halen”, aldus Wiebe.