Het zal niemand zijn ontgaan: de uitstoot van broeikasgassen moet flink omlaag. Ook de veehouderij moet ‘klimaatslim’ worden. Wageningen University & Research werkt samen met het bedrijfsleven aan oplossingen om dat te bereiken.

Annie de Veer, directeur Wageningen Livestock Research, en Ingeborg de Wolf, hoofd Veehouderij en Omgeving, leiden het onderzoek naar een klimaatslimmere veehouderij. Het onderzoek richt zich onder meer op de veehouderij. Die draagt ongeveer zeven procent bij aan de uitstoot van broeikasgassen voor heel Nederland. Koeien en andere herkauwers laten bijvoorbeeld boeren en scheten, waarbij methaan vrijkomt, en ook uit de mest van dieren komen broeikasgassen vrij. Daarnaast komt ongeveer drie procent van alle CO2-equivalenten vrij door de bemesting van landbouwgrond en de graslanden waar koeien grazen.

Reductie methaanuitstoot

Samen met de sector onderzoekt Wageningen Livestock Research hoe de uitstoot van broeikasgassen door melkvee, vleeskalveren, varkens en geiten omlaag kan worden gebracht. “Zo kijken we bijvoorbeeld of we kunnen fokken op dieren die minder methaan uitstoten”, vertelt Annie de Veer.

“Sommige koeien stoten van nature minder methaan uit. Daar kun je bij het fokken rekening mee houden. Ook kijken we of door aanpassingen in het voer de methaanuitstoot kunnen verminderen. En we onderzoeken of de emissies uit mest omlaag kunnen door de mest te scheiden, te koelen of er zuurstof doorheen te mengen.”

“We kijken als eerste naar technische maatregelen die toepasbaar zijn binnen de huidige stalsystemen”, zegt Ingeborg de Wolf. “Kansrijke oplossingen kunnen dus al snel in de praktijk worden gebracht. Zo kunnen dus al snel stappen gezet worden richting een klimaatslimme veehouderij.”

“Tegelijkertijd kijken we ook al verder vooruit: hoe kan de veehouderij beter worden ingericht gegeven het veranderende klimaat?”, zegt Annie de Veer. “Dit vraagt om een brede blik waarbij we het complete systeem van produceren doorlichten. Wat de uitkomst ook zal zijn: de klimaatslimme veehouderij van de toekomst zal er echt anders uitzien dan de huidige veehouderij. Zo hebben we sterkere en veerkrachtigere dieren en gewassen nodig die goed zijn opgewassen tegen extremere weersomstandigheden.”

Voor landbouw en landgebruik is in het Regeerakkoord afgesproken dat in 2030 een reductie van 3.5 Mton CO2-equivalenten in 2030 behaald moet worden. CH4 (methaan) en N2O (lachgas) zijn net als CO2 (koolstofdioxide) broeikasgassen, maar dan veel sterker. Om de bijdrage van de verschillende broeikasgassen beter te kunnen vergelijken, wordt de bijdrage van andere broeikasgassen uitgedrukt in CO2-equivalenten.”