Economische cijfers

  • Het totale agrocomplex is goed voor 52,6 miljard euro bruto toegevoegde waarde.
  • Dat is 9,8% van onze economie.
  • 50% daarvan is gebaseerd op binnenlandse agrarische producten (de rest is cacao, bananen en andere import en hoveniers).
  • Boeren en tuinders realiseren 7,2 miljard euro bruto toegevoegde waarde.
  • Het agrocomplex is goed voor 673.000 voltijdsbanen.
  • 67% van de toegevoegde waarde wordt gerealiseerd door export.
  • De exportwaarde van het complex is 94 miljard euro.
  • Er wordt voor 33 miljard euro geïmporteerd.
  • Het handelssaldo is dus 61 miljard euro.

Cijfers uit Verhoog et al. 2013.

Al die schakels kunnen zich, gezamenlijk en ieder voor zich, inspannen om de keten te optimaliseren wat betreft productie, duurzaamheid en gezondheid. Hoe? Per schakel in de keten geven we hier enkele mogelijkheden en kansen voor innovatie, verduurzaming en businessmodellen.

Boer

Er zijn productiviteitsverschillen tussen boeren. Beschikbare kennis en best practices kunnen de productie aanmerkelijk verhogen. Dat kan door te leren van boeren die betere resultaten hebben dan jijzelf, of van voorlichters die kennis hebben over het verbeteren van resultaten.
De inzet van ICT (precisie-landbouw) en moderne genetica (o.a. resistentie tegen droogte of ziekten) wordt steeds belangrijker. ICT maakt het mogelijk om veel preciezer en plaatsgericht te werken. Bijvoorbeeld: niet overal spuiten maar alleen bij die planten die het nodig hebben; niet groepen koeien allemaal hetzelfde behandelen maar ieder individueel (zorg op maat). Het klimaat verandert en de natuur zorgt voor nieuwe virussen die de productie beperken. Door moderne veredeling (genetica) toe te passen kun je gewassen kweken die ongevoelig zijn voor bepaalde ziektes of voor droogte. De toekomst vraagt efficiënte inzet van productiemiddelen en investeringen in duurzaamheid. Bedrijfsvergroting kan daar bij helpen. Op grote bedrijven is over het algemeen het management van een beter / hoger niveau en wordt er dus efficiënter en milieuvriendelijker geproduceerd.

Het is goed om de industrie en consumenten te informeren over duurzaamheidsprestaties. Meten is weten! Wie meer duurzame productie wil, met minder milieuproblemen of antibioticagebruik, moet dat meten. Als die resultaten ook bij de consumenten komen, kunnen zij de meest duurzame producten kopen en zo bijdragen aan het versterken van de positie van die producten. Dan kan de consument zien dat Hollandse aardbeien in mei duurzamer zijn dan Zuid-Afrikaanse met de kerst.

Boerenorganisaties kunnen lobbyen voor een goed landbouwbeleid met goede wetgeving, kwaliteitscontrole, onderzoek en voorlichting, goed milieu/duurzaamheidsbeleid (geen race to the bottom), internationale handel en zonder ontregelende subsidies.

Fabrikant

Machinefabrikanten en zaadveredelaars kunnen  de wereld voorzien van Nederlandse knowhow en techniek. Nederland verdient steeds meer aan de verkoop van technologie en kennis. Meer dan aan bijvoorbeeld tomaten.

ICT kan worden ingezet om niet alleen machines maar ook kennis te leveren. Door machines met sensoren (internet of things) uit te rusten kun je real time zien of iemand in Egypte de aardappelen goed beregent of iemand in India zijn uienventilator goed afstelt. Daardoor kun je ook gegevens van bedrijven vergelijken (big data) en in modellen stoppen, of voor de boer in India de installaties op de gewenste wijze instellen.

Voedingsmiddelenfabrikanten kunnen daarnaast voedingsproducten gezonder maken. Het goed voeden van mensen is een van de aspecten van duurzaamheid. Soms zijn producten te zout of bevatten ze teveel verkeerde vetten.

Met overheid en onderzoek kan kennisuitwisseling worden georganiseerd tussen boeren. Kennis is belangrijk maar kennis delen is niet vanzelfsprekend. Voorlichters, onder wie adviseurs van coöperaties en andere bedrijven die aan boeren schaarse grondstoffen of producten met milieu-risico’s leveren (bestrijdingsmiddelen, antibiotica), spelen een belangrijke rol in het delen van kennis en het verspreiden van best practices.

Prikkels zijn belangrijk voor gedragsverandering. Duurzaamheid kost geld. Het is dus goed om bijvoorbeeld te meten hoeveel CO2 een boer bij de productie uitstoot, of hoeveel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Boeren die goed scoren kunnen een toeslag krijgen.
Hier is ook een interessante koppeling mogelijk met landbouwbeleid van de overheid: room de ha-premies af en geef die als toeslag terug aan hen die meedoen in zo’n duurzaamheidsschema van een voedingsmiddelenfabrikant.

Daarnaast is het goed om op voedselverliezen te letten en principes van de circulaire economie te omarmen: afval kan zo veel mogelijk tot waarde worden gebracht als veevoer of in biovergisters voor energie.

Transporteur

Een deel van de onduurzaamheid komt door transport: CO2 uitstoot. Hoe efficiënter dat transport gebeurt (beladingsgraad, efficiënte routes, retourlading e.d.), hoe minder de milieubelasting Efficiënte agro-logistiek is daarom van groot belang!

Er is bij de consument veel onduidelijk over de duurzaamheid van lange afstandstransport. De CO2 Food miles hebben het idee versterkt dat dat transport niet duurzaam is. Maar dat is niet per definitie zo. Want wat is duurzamer: een boot met appelen uit Chili net na de oogst (die daar in ons voorjaar valt), een in Nederland in koelcellen bewaarde appel, of het streekproduct dat de consument met de auto 40 km verderop zelf bij de boer gaat halen? De consument moet vele aspecten afwegen. Het zou helpen als de gegevens op een app voor de consument beschikbaar zouden zijn.

Innovatie in thuisbezorging kan het internetwinkelen ondersteunen en boer en consument verbinden. Zo krijgen duurzamere nicheproducten meer kansen. Er liggen zeker kansen in thuisbezorging. Het systeem is nu anoniem, en consument en producent kennen elkaar niet meer. Dat is niet duurzaam. Via internet kun je dat oplossen: scan de verpakking met een code en je weet waar het product is gemaakt en wat de historie ervan is. Het is mogelijk om via de supermarkt de keten helemaal te virtualiseren. Maar allerlei innovatoren kunnen niet genoeg leveren voor alle winkels van een winkelketen. Er is een markt voor internethandel, vergelijkbaar met Bol.com. Amazon.com doet in de VS al een proef met de verkoop van groente en fruit. Er liggen dus kansen voor thuisbezorging en dit kan contact van consument met boeren versterken, waardoor die zich meer zullen aantrekken van de duurzaamheidswensen van consumenten.

Winkelier

Maak de healthy choice de easy choice. De winkelier kan de de consument helpen om gezonde en duurzame keuzes te maken. Dat kan door inzichten uit marketing en behavorial economics (nudging) te gebruiken bij bijvoorbeeld verpakking, adverteren, winkelinrichting en aanbiedingen.

Samen met consumenten en ketenpartijen kunnen duurzame producten worden ontwikkeld. Winkeliers kunnen de consument betrekken bij de lastige keuzes (trade offs tussen prijs, milieu en dierenwelzijn). Voortslepende discussies over bijvoorbeeld de PLOFkip en FLOPkip zijn misschien te doorbreken door ook de consument meer te betrekken bij het productontwerp. Ook consumenten zullen zich dan wellicht meer verdiepen in de afwegingen tussen prijs, milieu en dierwelzijn, en zij zullen zich daar dan meer in kunnen vinden.

Winkeliers kunnen zorgen voor volledige transparantie in de historie van het individuele stukje vlees of de krop sla. Zij kunnen de consument laten zien wat de historie is van het product en daarmee ook bijvoorbeeld de milieu-belasting. Dat leert de consument weer waar de chocolademelk vandaan komt, dat dieren nodig zijn in de productie en laat hem keuzes maken tussen producten met verschillende niveaus van duurzaamheid. Net zoals we bij auto’s 2CVs, SAABs en 4wheel drives hebben met ieder hun eigen veiligheidsgevoel.

Bovendien kan de winkelier de keten prikkelen door duurzaamheidseisen te stellen aan producten. Dat kan door de leveranciers, bijvoorbeeld via de methodiek van The Sustainability Consortium, te laten rapporteren over duurzaamheid en de vraag of ze daar een programma op hebben. Dan kunnen elk jaar de leveranciers met bijvoorbeeld de 10 procent slechtste duurzaamheidsprestaties worden uitgesloten van levering.

Met de keten kunnen businessmodellen worden ontwikkeld waarin consumenten betalen voor duurzamere producten en een race naar de bottom wordt voorkomen. Met die businessmodellen en ketenarrangementen wordt niet alleen op prijs geconcurreerd waardoor kwaliteit en duurzaamheid het slachtoffer worden. In de koffiemarkt lijkt dat te lukken, kan het ook elders?

Consument

Het is goed als consumenten zich verdiepen in eten en zich realiseren dat zij met een aankoop verantwoordelijkheid nemen voor productie elders.

Eet en bereid met kennis! Door goed in te kopen, op juiste wijze te bewaren, goed te portioneren en iets nuttigs te doen met wat je toch overhoudt, worden voedselverliezen voorkomen.

Weet wat gezond eten is en handel daar naar.