Marc Jansen
Directeur CBL

Deze Alliantie bestaat sinds begin dit jaar en kwam voort uit het door de overheid gesubsidieerde Platform Duurzaam Voedsel. Binnen de Alliantie werken boeren en tuinders, fabrikanten, supermarkten, catering en horeca gezamenlijk aan dit doel. De partijen zijn verenigd in CBL, FNLI, KHN, LTO en Veneca. Marc Jansen is directeur van CBL en vertelt namens de Alliantie meer over de doelstellingen en het belang van de Alliantie. “Met deze vijf koepelorganisaties bestrijken we het gehele ‘voedselveld’. Toen de overheid stopte met subsidiering, nam het bedrijfsleven het initiatief over omdat verdere verduurzaming van de voedselketen te belangrijk is om ermee te stoppen. Het is uniek om een samenwerking te hebben tussen en met de hele keten. We hebben elkaar ook nodig, een boer kan produceren, maar het moet ook verkocht worden. En aan de andere kant heeft een ondernemer producten nodig om te kunnen verkopen.” Gezamenlijk zetten de vijf partijen zich in om duurzaamheid te verankeren in alle bedrijfsprocessen waardoor de basisnorm verhoogd wordt.

Nauwe samenwerking met overheid

De Alliantie heeft negen specifieke verduurzamingsthema’s. Dat zijn: water, energie, emissies, transport, reststromen, biodiversiteit, arbeid, dierenwelzijn en eerlijke handel. “Samenwerking op deze gebieden is de enige oplossing om het doel te bereiken, want bedrijven kunnen niet individueel voor een verduurzaming in de gehele sector zorgen.”

De Alliantie werkt nauw samen met de overheid. Zo hebben de Alliantie en het ministerie van Economische Zaken een gezamenlijke agenda voor verduurzaming van voedselproductie- en distributie opgesteld. Deze agenda kan gezien worden als een route naar verduurzaming in de gehele keten tussen nu en 2020. “We hopen dat de overheid maximale aansluiting zoekt met onze doelstellingen.”

In contact met consument

Jansen stelt dat er in Nederland al veel gebeurt op het vlak van verduurzaming, maar dat het nog te weinig bekend is. “We willen ook graag de discussie met de consument aan gaan, meer naar buiten treden met wat we doen, wat we bereiken en wat er al bereikt is. Het vernieuwen van de website is een manier om directer te delen en te communiceren. Maar ook telers en boeren spelen daar een rol in. Wij kunnen wel vertellen waar we mee bezig zijn, maar het heeft meer impact als zij dat doen.”

Innovatieve pilots

De Alliantie (voorheen het Platform) start elk jaar verschillende innovatieve pilots, voor 2013 richt zij zich vooral op voedselverspilling. “Het verminderen van voedselverspilling staat hoog op de agenda. Volgend jaar is er een internationale conferentie over dit onderwerp, in samenwerking met de overheid. De Alliantie gaat samen met de overheid aan de slag om voedselverspilling te verminderen. Er zijn verschillende ideeën zoals verpakken in kleinere porties. Dat betekent echter wel weer meer verpakkingsmateriaal.” Consumenten blijken grote verspillers te zijn en de sector zint op manieren om de consument daarvan bewust te laten worden. “Verspilling in de hele keten moet minder. Als voedsel of de grondstoffen daarvoor, bedoeld voor humane consumptie, daar niet terecht komt en ook niet hoogwaardig wordt hergebruikt, is er sprake van voedselverspilling. Om dat te verminderen, moet elke ketenpartner zijn verantwoordelijkheid nemen: telers, fabrikanten, supermarkten, horeca-ondernemers, cateraars en consumenten. Door procesoptimalisatie, productinnovatie, planning en logistieke samenwerking proberen we ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk verloren gaat.”

Ook verduurzaming van de vleesketen heeft de aandacht. Uit de agenda Verduurzaming Voedsel 2013 -2016 (Alliantie en Ministerie van Economische Zaken: de ambitie is dat in 2020 al het in Nederland geconsumeerde pluimvee- en varkensvlees voldoet aan integrale en continu aangescherpte verduurzamingsnormen, tenminste ter hoogte van de Kip van Morgen en het Duurzaam Varkensvlees. Ketenpartijen ontwikkelen in 2013 een werkbaar borgingssysteem voor de productie en distributie van vlees dat voldoet aan de nieuwe verduurzamingsnormen. Bedrijven worden ondersteund in de borging, vermarkting en continue verbetering van duurzaam vlees door de Duurzame Pluimveevlees- en Duurzame Varkensvleesketen met daarin alle relevante ketenpartijen die zich momenteel bezighouden met het thema. 2014 – 2020: Jaarlijks groeit de omzet van vlees in het plussegment met 15%. 2020: Integrale kwaliteit (people, planet, profit) biedt een concurrentievoordeel in de vleesketen.
 

Wat is uw toekomstvisie op de Agro & Food sector?

  • Marcel Schuttelaar
  • Kees Maas
  • Jacob Schilstra
Founder Schuttelaar & Partners.

Marcel Schuttelaar

‘Ik ben optimistisch en laten we vooral trots te zijn op de belangrijke rol die Nederland op het wereldtoneel speelt. We zijn de tweede landbouwexporteur van de wereld en een belangrijke ontwikkelaar van groentezaden. De kansen van zuivelexport naar Zuid-Oost Azië zijn ongekend. Tegelijkertijd zie ik de komende tien jaar vier grote maatschappelijke uitdagingen voor de agrofoodsector. Namelijk gezonder voedsel, een hogere kwaliteitsstandaard, meer voedselzekerheid en een lagere ecologische footprint. Deze vier komen samen in verduurzaming. Ik pleit voor fundamentele innovatietrajecten om toekomstige problemen het hoofd te bieden.
Er staan nu in de supermarkt nog veel ongezonde producten die te zout, te veel verzadigd vet of suiker bevatten. Als je kijkt naar de kwaliteitsstandaarden zie je dat de westerse consument betere producten wil zoals clean label producten die minder E-nummers bevatten. Voor de BRIC landen is de schaal waarop met name dierlijke producten in de toekomst verkrijgbaar moeten zijn een grote uitdaging. Om ons westerse voedselpatroon verantwoorder te maken, is het juist verstandig af en toe geen vlees te eten. Daartoe zijn in Nederland de laatste jaren fantastische vleesvervangers ontwikkeld. Veel producten worden gezonder. Maar het kan beter, zowel op gezondheid als op duurzaamheid. Ik sta achter de ambitie dat in 2020 alle producten die in de supermarkt liggen 50% duurzamer en gezonder zijn. Zo’n verduurzamingslag levert veel op voor de samenleving. Ten eerste maakt het de bevolking gezonder en ten tweede creëren we een voorsprong in innovatief vermogen waarmee de Nederlandse agrofoodsector weer een slag kan slaan in het buitenland.’
Directeur van Dienstencentrum Agrarische Markt (DCA).

Kees Maas

De agrarische sector in Nederland wordt, volgens Kees Maas, vooral gevormd door familiebedrijven. ‘Deze bedrijven rusten, naast vakmanschap en kostprijsbeheersing, voornamelijk op drie pijlers: Europese subsidies, een beschermende markt en beperkte prijsschommelingen. Dit gaat niet veranderen, maar dit is al aan het veranderen.’
Naast het wegvallen van de Europese productiesteun speelt ook de hoge leeftijd van de gemiddelde boer een rol. ‘De vergrijzing in de agrarische sector is enorm, maar er begint met de opschaling van bedrijven een enorme verjongingscyclus op gang te komen. Deze nieuwe, vaak hoog opgeleide, boeren zien kansen voor de toekomst, want steeds meer mensen moeten eten. Zij worden steeds meer manager.’
Maas voorziet dat deze agrarische managers meer te maken krijgen met strategie- en risicomanagement. ‘De automatisering en schaalvergroting gaat steeds verder. Via de iPad kunnen de trekkers in het kantoor worden aangestuurd. Juist door de weerstand tegen grote bedrijven zijn Nederlandse boeren creatief, zonder dat de hoge kwaliteit van het product in het geding is.’
‘Nederland mag qua oppervlakte klein zijn, de toenemende concurrentie van Zuid-Amerika en de Noord-Europese markt hoeft geen probleem te zijn’, zegt Maas. ‘Een open markt kenmerkt zich door grote pieken en dalen. Nederland is wereldleider op het gebied van kennis, genetisch uitgangsmateriaal en opbrengsten. De dalen in de inkomstencurve zijn hierdoor kleiner. Ook heeft Nederland een zeer krachtige, coöperatieve structuur. Dit geeft een voorsprong. Het is niet: ik tegen mijn buurman, maar wij tegen de rest van de wereld.’
Business development manager ISACert.

Jacob Schilstra

‘De maatschappij staat steeds kritischer tegenover wat er aan levensmiddelen in de schappen ligt. Het behouden van vertrouwen is voor de sector het centrale thema. Met ISACert verzorgen wij de certificatie van bedrijven in de gehele foodsector. Afnemers vertrouwen steeds meer op onafhankelijke certificatie. Wij streven ernaar met onze certificaten gerechtvaardigd vertrouwen te kweken.’
‘De werkwijze bij certificatie zal gaan veranderen. Op dit moment wordt bij de audits voornamelijk naar het product, het proces en de procedures gekeken om te bepalen of aan de eisen wordt voldaan. Er wordt echter verwacht dat bij de certificatie ook gelet wordt op fraude, maar de huidige certificering is er nog onvoldoende voor ingericht om dat te ontdekken. De aandacht zal daarom meer verschuiven van productintegriteit naar totale bedrijfsintegriteit. Als een bedrijf een positieve kwaliteitscultuur heeft is de kans groter dat men continu betrouwbare kwaliteit levert, niet alleen tijdens de audit. De samenwerking tussen private instellingen en de overheid is hier belangrijk waarbij marktpartijen betrouwbare bedrijven certificeren. Vervolgens kan de overheid zich op die bedrijven richten die niet aan de eisen voldoen.’
‘De transparantie in de agro en food sector moet omhoog om het vertrouwen te blijven verdienen. Openheid met betrekking tot de behandeling en de herkomst van producten en grondstoffen moet een vanzelfsprekendheid worden. De sector moet bij de certificatie dan ook rekening houden met onaangekondigde audits in plaats van aangekondigd.’