“Om bij het begin te beginnen: De paling is geen vis, het is het product op je bord. Het dier heet een aal”, legt Dekker uit. “De vis wordt in het wild geboren in de Sargasso Zee bij Bermuda, waarna de larven via de Golfstroom een weg vinden naar Europese wateren. Daar groeien ze op tot doorzichtige glasalen die in het voorjaar de rivieren opzoeken om daar verder op te groeien: de glasaalintrek.” Eenmaal volwassen keren de vissen weer terug naar hun geboorteplek aan de andere kant van de oceaan om zich daar voort te planten.

Internationaal probleem

Na een jarenlange daling in de aalstand was er de afgelopen jaren eindelijk weer goed nieuws: in 2012, 2013 en 2014 stegen de aantallen glasalen weer. Het afgelopen jaar viel de telling weer tegen, maar voor 2016 zijn de eerste berichten weer voorzichtig positief. “We weten nog niet wat de oorzaak van deze trend is. Al in 1968 waarschuwde wetenschappers de politiek voor de sterk terug lopende aalstand, maar het duurde tot 2007 voor er echt actie werd ondernomen door de Europese Unie”, vertelt Dekker. “Ik ben blij dat de glasaal zich lijkt te herstellen, maar het blijft een internationaal probleem en daardoor moeilijk aan te pakken; veel landen rapporteren slecht of nemen maar een deel van de maatregelen die waren beloofd.”
Ook kampen verschillende landen met verschillende problemen wat de leef- en migratieroutes van de vissen betreft. “In Zweden zijn het de waterkrachtcentrales die de routes in de weg zitten, in Frankrijk zijn het de dammen en in Nederland de poldergemalen”, vertelt Dekker. “Economisch gezien is het natuurlijk onrealistisch om deze allemaal onmiddellijk te sluiten. Het is goed om het probleem op tafel te leggen, maar er ligt ook een flinke verantwoordelijkheid bij alle betrokkenen om goede afspraken te maken en zich daar ook aan te houden.”

Aankopen en uitzetten

Ook is er de Europese Aalverordening uit 2007, waarin een gelijk beschermingsniveau voor alle landen is afgesproken, maar elk land werkt dat op zijn eigen manier uit. Dekker: “Vele landen hebben besloten om glasaal uit Frankrijk en Engeland (waar – ondanks de sterke afname - nog steeds veel glasaal is) aan te kopen en uit te zetten. En hoewel het lijkt te werken, zijn de uitgezette aantallen nog lang niet voldoende. In de jaren zeventig spraken we van een uitzet van 150 miljoen glasalen door heel Europa – en dat heeft toen de achteruitgang niet kunnen voorkomen. In 2007 was de uit- zet gedaald naar een schamele twee mil joen. Nu zit de uitzet weer rond de 90 miljoen stuks. Dat is goed nieuws, maar we zijn er nog niet.”
De illegale handel blijkt ook een probleem. Dekker: “Van de vijftig ton die de afgelopen jaren in totaal gevangen werd, bleef er pakweg twintig ton in Europa. De overige dertig ton werd, illegaal, aan Azië verkocht à vijfhonderd euro per kilo. Ook daar daalt de palingstand namelijk. Terwijl wij er met de bescherming in Europa nog steeds niet zijn, wordt er tegelijk een groot deel achter onze rug om uitgevoerd.” Hij gaat verder: “Omdat de alen van ver komen, kunnen ook aspecten waar we nog te weinig informatie over hebben van invloed zijn op de aantallen. Denk aan vervuiling of klimaatverandering. Het blijft nog gissen.” Toch is Dekker niet pessimistisch over de toekomst van de aal- of palingstand. “De definitieve oplossing heb ik niet, maar de afgelopen jaren is Europa wel in actie gekomen om de aal te beschermen. Ook zijn er vele maatschappelijke partijen betrokken bij geraakt. Dat geeft toch een trots en tevreden gevoel. Tot voor kort was de visserij-sector in Europa niet eens georganiseerd en nu neemt de sector het initiatief voor een dialoog met natuurbeschermers en overheden. We zijn al een heel eind gekomen. Sinds 2010 wordt deze dialoog op een Europees niveau gevoerd door de Sustainable Eel Group. In deze organisatie werken de wetenschap, natuurorganisaties en de sector samen aan oplossingen om de palingstand te verbeteren.