Henk Flipsen

Directeur Nevedi

Verduurzaming in de voedselketen? Je kunt zeggen dat de diervoederindustrie per definitie duurzaam werkt. De producenten van diervoer gebruiken immers bijproducten uit de levensmiddelenindustrie als grondstof voor hun producten. Er wordt dus nauwelijks iets weggegooid.

Volgens de berekening van de grondstoffenwijzer van Nevedi komt driekwart van het voerrantsoen voor varkens, koeien en kippen uit Nederland zelf, aldus Henk Flipsen. Hij is directeur bij Nevedi, belangenbehartiger van de diervoederindustrie. “Nevedi vertaalt ontwikkelingen in de markt en maatschappij door naar onze leden en we ondersteunen hen waar mogelijk bij de innovaties en ontwikkelingen.”

Want het kan altijd beter. “We wachten niet af wat de markt vraagt, het is onze eigen verantwoordelijkheid om te innoveren met als doel onze carbon footprint verder terug te dringen door nog efficiënter met grondstoffen om te gaan.”

Als voorbeeld noemt Flipsen de productie van diervoeder, dat het gebruik van antibiotica overbodig maakt. Door het efficiënt maken van diervoeder zijn er daarnaast minder grondstoffen nodig om het te produceren.

“Innovaties komen vooral vanuit de industrie zelf en geregeld trekt Nevedi samen met de industrie op om iets tot stand te brengen. Zoals sterke reductie van fosfaten, een eis uit Brussel, in diervoer en dus in mest.”

Marktvraag

Innovaties in de sector hebben veelal te maken met veranderingen in de marktvraag. “Er is meer vraag naar producten zonder antibiotica. Meer vraag naar betere productinformatie over klimaat en dierenwelzijn. Uitgangspunt is altijd: we halen grondstoffen van zo dichtbij mogelijk en alleen van verder als het moet.”

De industrie werkt mee aan klimaatafspraken door bijvoorbeeld minder energieverbruik, nieuwe productietechnieken, warmteterugwinning et cetera. “De industrie doet dat als collectief in bijvoorbeeld het ‘convenant Meerjarenafspraken energie-efficiëntie’. Verder werken we samen bij de reductie van de carbon footprint van diervoeders.

Uitgangspunt is altijd: we halen grondstoffen van zo dichtbij mogelijk en alleen van verder als het moet.

De belangrijkste diervoedergrondstoffen in de wereld zijn in kaart gebracht en daar is van vastgelegd wat de carbon-footprint is. Met die data kun je uitrekenen wat de carbon footprint is van een voersoort. Deze informatie kan de zuivel- of vleesindustrie gebruiken om de carbon footprint van een kilo kaas of een karbonaadje te berekenen. Als je die data ontsluit, kan elke voeradviseur aan zijn klant - de veehouder- beter advies geven over het voergebruik om zo efficiënt mogelijk en zo klimaatvriendelijk te werken.”

Winst is ook te behalen door een beperkte groep minder efficiënt werkende boeren te begeleiden bij innovatie of juist te stoppen met hun bedrijf. Met goede informatievoorziening van de voeradviseurs bij de veehouders kunnen Nevedi-leden ook daarin een belangrijke rol spelen.