De regio wil ook een voorbeeldfunctie vervullen op voedselgebied en voorop lopen in de ontwikkeling van antwoorden op lokale, regionale en wereldvoedselvraagstukken. Om dat doel te halen werken ondernemers, inwoners, kennisinstituten en gemeenten intensief samen.

Eén van de initiatieven in de FoodValley regio is de coöperatie Boerenhart, een organisatie die ontstaan is door een unieke samenwerking tussen een aantal regionale partijen. Boerenhart levert streekproducten rechtstreeks aan de horeca, winkels en grootverbruikers en werkt samen met lokale producenten uit de FoodValley regio.
Eén van die lokale producenten is Marjanne Borren van boerderij de Lankerenhof in Voorthuizen. Zij is medelid van Boerenhart en levert biologische eieren. “Boerenhart zorgt ervoor dat onze biologische producten afgezet worden bij restaurants en grootverbruikers in en rond de regio Veluwe en Gelderse Vallei. Daardoor krijgen lokale producten een groter afzetgebied en raken zij steeds bekender.” Als biologisch bedrijf heeft de Lankerenhof naar een oplossing gezocht voor de haantjes. “Vroeger hadden kippen een tweeledig doel, hennen voor de eieren en haantjes voor het vlees. Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar verandering in. Er moest grootschalig voedsel geproduceerd worden. Om zo efficiënt mogelijk veel eieren en vlees te produceren, ontstonden er vleeskippen en legkippen.”

Samen opgroeien

De haantjes van de legkippenrassen die uit het ei komen worden vergast en dienen als dierentuinvoer. “Als biologisch bedrijf voelden we ons daar verantwoordelijk voor, dat wilden we anders.” Nu is het haantje ‘Haantje de Coq’ terug. “De haantjes groeien samen op met hun zusjes die bestemd zijn om in de legstal op de Lankerenhof eieren te gaan leggen. Op een leeftijd van dertien weken zijn de haantjes het lekkerst en dus klaar voor consumptie. Door de langzame groei, het springen en lopen is het vlees lekker stevig, een echte delicatesse.” Borren vertelt dat de keuze voor dertien weken nog andere redenen heeft: “Dat is vlak voor het moment dat hennen gevaccineerd moeten worden tegen pseudovogelpest en vlak voordat de hanen gaan ‘puberen’. De hormonen die dan vrijkomen maken het vlees harder.” Borren stelt dat de markt voor jonge haantjes nog moet groeien. “Boerenhart levert aan een aantal restaurants en winkels, maar veel koks kennen de haantjes niet (meer) en zij moeten weer leren wat het haantje allemaal te bieden heeft.” Borren ziet het haantje als een verantwoorde keuze binnen het (kippen)vlees-assortiment.

Foodscape

Ook professor dr. Arnold van der Valk van de Wageningen Universiteit heeft een bijzondere binding met de FoodValley regio. Hij houdt zich bezig met land use planning. Zijn interesse ligt bij stadslandbouw, een verschijnsel dat steeds meer aanhangers krijgt. Van der Valk werd in Wageningen benoemd tijdens de transformatie van grootschalige landbouw naar duurzamere mogelijkheden. “Er is nu een gezonde discussie op de universiteit waarbij alle voors en tegens besproken worden van kleinschaliger landbouw”. Bestuursvoorzitter van de Wageningen Universiteit, Louise Fresco levert daar een belangrijke bijdrage aan. “Zelf kwam ik er jaren geleden mee in aanraking door een daktuin in Brooklyn. Wie in de tuin wilde werken, moest daarvoor betalen. Ik heb dat enige tijd gedaan en er contacten gelegd met veel interessante mensen. Het ging daar niet zozeer om het kweken van eigen groente en kruiden, het was duurzaamheidstoerisme, maar het zorgde wel voor een enorme bewustwording.”

Voedselvisie: Bekijk hier de Voedselvisie van Regio FoodValley.
 

Voedsel van dichtbij

Op de universiteit is momenteel veel belangstelling voor foodscapes. “Dat is naar een bepaald gebied kijken met een ‘voedselbril’ op om te achterhalen hoe, wat en waar mensen met voedsel bezig zijn. Onze studenten interviewden bijvoorbeeld bewoners in het centrum van Ede. Daaruit bleek dat mensen zich zorgen maken over de kwaliteit van het voedsel en best bereid zijn iets meer voor duurzaam voedsel te betalen. Ook bleek dat ouderen graag betrokken willen zijn bij ‘groen’, vooral vanwege de sociale contacten. Er is nu een experiment met verrijdbare kruidenbakken waar ook mensen in een rolstoel mee kunnen tuinieren; een geweldige oplossing voor de toenemende eenzaamheid onder ouderen.” In de Doesburger Eng (een buurtschap in Ede) wilden jonge gezinnen graag lokaal voedsel, zij bedongen bij de gemeente bakken met groente en kruiden. “Grenzend aan dat gebied ligt Kernhem, waar drie stadsboeren zitten. Dat wisten de gezinnen niet. Door een drukke autoweg was er geen relatie met de woonwijk. Een entreepoort of voetgangersbrug zou de ‘kloof’ kunnen dichten en de stadsboerderijen bereikbaar maken voor een hele woonwijk. Het is nog niet zo ver, maar het ligt voor de hand dat er iets met deze informatie gebeurt.”

Puur Ede

Christian Weij is geboren en getogen in Ede. Hij is bijzonder trots op wat er allemaal op voedselgebied in zijn geboortestreek gebeurt. Toen hij zijn cateringbedrijf Puur-e startte (de e staat voor Ede), met alleen streekproducten, verklaarde menigeen hem voor gek. Korte tijd later werd hij gevraagd om mee te werken aan ‘Ede als hoofdstad van de smaak’, een titel die een half jaar later behaald werd. “Stad van de smaak is een stad die zich focust op lokale producten en kan laten zien wat daarmee gedaan kan worden. We hebben van alles georganiseerd: festivals met eten, workshops, discussie-avonden. En dat heeft gewerkt, van tevoren was de mening ‘deze regio heeft niets met smaak’ en na onze activiteiten was de mening ‘hier wordt de smaak gemaakt’.”
Rond dezelfde tijd werd Weij gevraagd mee te denken over een logistieke oplossing om alle streekproducten bij winkels en restaurants te krijgen. “Dat werd Boerenhart. Steeds meer inwoners zien hoeveel mooie dingen er hier gebeuren op voedselgebied en wat er allemaal mogelijk is met streekproducten. Om dat te stimuleren organiseer ik regelmatig pop-up restaurants zodat mensen de kans hebben om te zien én te proeven wat de mogelijkheden zijn.” Weij stelt dat al het voedsel nodig voor ontbijt, lunch en diner uit de streek kan komen. “Tenzij er iets heel exotisch nodig is, dat de streek niet levert. Voor sommige producten moeten de mensen nog wel naar de boerderij, maar Boerenhart timmert aan de weg om de streekproducten ook in de supermarkten te krijgen.” Hij vindt het een logische keuze van Boerenhart om zich in eerste instantie op restaurants te richten. “Als de consument het leert kennen in de horeca, volgt de rest vanzelf.”