De in ’s-Heerenberg gevestigde uitgever begon in een markt waar een sterke marktleider aanwezig was. “In twintig jaar hebben we een positie naast die marktleider kunnen bemachtigen,” vertelt van Uhm. “Ons portfolio aan producten weerspiegelt onze relatief jonge leeftijd en we proberen vooruit te lopen op de ontwikkelingen. Wij zeggen weleens prikkelend ‘boeren bestaan niet meer’. Je bent melkveehouder, je bent varkenshouder, je bent akkerbouwer, je bent pluimveehouder.”
Van Uhm: “De druk op de boer om goede beslissingen te nemen neemt toe. Voorheen was het zo dat je als boer met de massa achter de ontwikkelingen aan kon lopen. Nu moeten er moeilijke keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld op het gebied van schaalvergroting. Welke innovatieve systemen zijn voor mij als boer aantrekkelijk? Het zijn keuzes die vaak financiële risico’s met zich meebrengen. Als boer wil je goed geïnformeerd worden over de mogelijkheden en lezen over ervaringen van anderen in de sector. Als Agrio kijken we naar bepaalde ontwikkelingen, en wegen we de voor en nadelen van die ontwikkelingen af. Zo zijn er sinds een aantal jaren flink wat  melkveehouders overgegaan op het gebruik van stierensperma van een ander soort vee naar aanleiding van een reportage over een melkveehouder in Duitsland, die met het zogenaamde Fleckvieh zeer goede resultaten behaalde. Het is een perfect voorbeeld van  een ontwikkeling die aan de hand van een artikel kan ontstaan. Er was sprake van beeldvorming die sindsdien is veranderd, waardoor dit sterkere en zwaardere ras aan een opmars heeft kunnen beginnen ten koste van de dominantie van de veel minder fors gespierde voornamelijk op een hoge melkgift ingestelde melkkoeien.”

Voorkeursverandering

Volgens Van Uhm groeit het bewustzijn dat de boer niet meer buiten de consument om kan denken en deze in het vizier moet houden. “In 2015 verdwijnt het quotum”, vertelt hij. “Dat is spannend voor de melkveehouder want de hoeveelheid melk die wordt geproduceerd heeft dan geen deksel meer. Er zal nog meer marktwerking zijn. De ondernemer die melk goedkoop kan leveren, en een betere bedrijfsvoering heeft, is in het voordeel. Door de omstandigheden in de markt wordt hij daartoe gedwongen, en dat is in zekere zin ook goed. Per slot van rekening wordt een ondernemer in een andere sector ook gewoon op zijn ondernemerschap afgerekend.”
Van Uhm: “Vroeger moest er gestrooid en geploegd worden en kon je op bepaalde opbrengsten rekenen, maar nu is er ook de consument waar rekening mee gehouden moet worden. Een ondernemer die er echt in slaagt om een eigen product te ontwikkelen, en zich dus niet laat opjagen door een nog lagere kilo- of literprijs, kan daar zakelijk veel uit halen. Bijvoorbeeld melk van koeien die specifieke voeding krijgen waardoor de kenmerken van de melk veranderen. Zo zijn er nog veel varkenshouders die nog steeds bezig zijn om die kilo zo goedkoop mogelijk te produceren, maar wil de consument dat wel altijd? Als je die stelling neerlegt, mensen laat nadenken en differentieert in je productaanbod kom je misschien wel tot een geleidelijke voorkeursverandering bij de consument.”